Sokken…

Na ruim voldoende vertraging op Schiphol en een behoorlijk lange vlucht kwamen wij eindelijk aan in Miami USA. Wij, mijn goede vriend Jos en ik, gingen samen een vakbeurs bezoeken. Aangezien wij te laat waren geland voor de aansluiting op onze binnenlandse vlucht naar Atlanta besloten wij een goedkoop motelkamertje te boeken voor één nacht. Om de kosten laag te houden werd het één kamer met twee aparte bedden. “Wat maakt ons het uit, één kamer. Even douchen, wat eten, een biertje en dan slapen. We hebben toch geen tijd voor amoureuze uitspattingen met de lokale dames” sprak Jos terwijl hij in de deuropening van de Motelkamer zijn schoenen uittrok en zijn sokken van zijn, door de vlucht gezwollen, voeten pelde. Het was warm in de Motelkamer. Nadat ik de airco had aangezet ging ik even snel douchen.

Toen ik na een kwartiertje vanuit de douche weer de slaapkamer binnen stapte werd ik overvallen door een ongelooflijk smerige geur. “Man, man, man wat een meur!” wist ik nog net uit te brengen. Met ingehouden adem liep ik snel naar buiten waar Jos voor de Motelkamer een sigaretje stond te roken. “Jezus, wat stinkt het in onze kamer” riep ik uit.
Jos keek mij verbaasd aan. “Stank? Ik ruik helemaal niets. Is het soms mijn sigarettenrook die je ruikt?”
Ik schudde mijn hoofd. “Nee Jos, het zijn niet jouw sigaretten. Het lijkt wel of er binnen ergens een lijk ligt of zoiets. Ik kan die geur niet thuisbrengen en hier buiten ruik ik niks.” Ik liep met ingehouden adem weer de Motelkamer in en begon snel in alle kasten, en onder het bed te kijken. Alles zag er, op wat stof na, schoon uit. Er lag niets dat in vergaande staat van ontbinding verkeerde.
Toen ik weer bij de voordeur stond merkte ik dat daar de geur het sterkst was. Het leek wel of het uit de airconditioning kwam.
“Nee, dat kan niet”, mompelde ik. Maar toen ik hem uitzette rook ik de geur direct een stuk minder. “Hé Jos!”, riep ik naar buiten. “Het is de airco die zo stinkt!”
Jos, stak zijn hoofd om de hoek van de deur en keek mij aan. “De airco, hoe kan dat nou?”
Ik haalde mijn schouders op. “Geen idee” en liep langs Jos weer naar buiten. Toen ik naast de deur aan de buitengevel van de kamer het rooster van de airco inspecteerde zag ik daar in de volle zon tot mijn verbazing twee sokken hangen…

Advertenties

Even slikken…

Sinds een week of twee merkte ik dat bij inspanning ik snel buiten adem raakte, misselijk werd en pijn in mijn linker arm kreeg. Je kunt dan twee dingen doen. A) Je niet inspannen of B) de huisarts bellen. Ik koos afgelopen maandag voor het laatste en nam contact op met de huisarts. De assistente bedacht, na in mijn dossier gekeken te hebben, dat het verstandig was als ik dezelfde ochtend nog langs zou komen. Zo gezegd, zo gedaan. Een uur later zat ik bij de huisarts en weer een half uur later lag ik, met behulp van de door de huisarts gebelde ambulance, op de 1e harthulp afdeling van het MCA Ziekenhuis in Alkmaar. Ik besefte dat mijn agenda voor de maandag enigszins gewijzigd was.

Bijzonder attente verpleegkundigen namen bloed af, stelden vragen en mij gerust. De arts in opleiding kwam de amnese doen en er werd een fietstest ingepland. Volgens mijn huisarts en nu ook de arts in opleiding was mijn bloeddruk, vooral onderdruk, te hoog. Aangezien ik geen bloeddrukverlagende medicijnen meer slikte kwam men met een nieuw behandelplan. Eerst moest de bloeddruk omlaag en conform het protocol moesten er gelijk ook een paar andere medicijnen bij. Na een week moet ik bij de huisarts mijn nierfunctie laten testen en na 4 weken zou ik voor controle naar de cardioloog moeten. Als de bloeddruk dan niet normaal zou zijn en mijn klachten aanhouden dan ging men hoogst waarschijnlijk weer katheteriseren. Tijdens de  bloedtest waren er geen hartenzymen gevonden, goed nieuws dus.

Aan het begin van de avond mocht ik weer naar huis. Ik had van de arts in opleiding een ontslagrecept meegekregen met daarop de nieuwe medicijnen. Apotheek was al gesloten dus ik besloot om de volgende morgen deze te gaan halen. Thuisgekomen had ik het gevoel dat er iets niet klopte maar wist niet precies wat. Ik besloot even de medicijnen te gaan googlen. Bij de eerste, fosinoprilnatrium, begonnen er in mijn hoofd direct alarm bellen te rinkelen. De fosinoprilnatrium pil is een bloeddrukverlager en behoort tot de groep ACE-remmers. Ik heb na een eerdere dotterbehandeling een ACE-remmer voorgeschreven gekregen. Terwijl ik met mijn vrouw aan het koffiedrinken was in het restaurant van het ziekenhuis begonnen door deze pil spontaan mijn slijmvliezen te zwellen. Dit ging zo snel en extreem dat ik moeite kreeg met slikken en ademhaling. Terug op de afdeling besloot de arts dat ik direct een tegenmiddel moest krijgen en had ook een adrenaline spuit klaar gelegd voor het geval dat ik daadwerkelijk geen zuurstof meer zou krijgen. Het was even schrikken, maar dit kan gebeuren. Je kunt allergisch zijn voor een medicijn. Voor alle zekerheid heeft de cardioloog toen in hoofdletters op het voorblad van mijn dossier geschreven ‘ALLERGISCH VOOR ACE-REMMERS!’

Een andere keer toen ik opgenomen was en er nieuwe medicijnen voorgeschreven werden kreeg ik van dezelfde cardioloog bij ontslag weer een ACE-remmer voorgeschreven. Gelukkig constateerde de apotheek dat ik deze niet mocht hebben voordat ik er één geslikt had. Toen ik navraag deed hoe het kon dat ik toch weer een ACE-remmer voorgeschreven had gekregen vertelde de arts mij dat de dienstdoende cardioloog telefonisch geconsulteerd was en hij het dossier niet fysiek had ingezien. 1000 excuses etc. Kan gebeuren dacht ik en gelukkig had ik nog geen pilletje genomen.

Dit was dan ook waarschijnlijk de reden waarom ik ging googlen en er nu weer achter kwam dat ik een ACE-remmer had gekregen. Enigszins geschrokken, verbaasd en boos heb ik direct gebeld met de dienstdoende arts op de 1e harthulp afdeling van het MCA. Deze arts in opleiding schrok erg van mijn telefoontje en drukte mij op het hart dit medicijn vooral niet te slikken. Ik vertelde hem dat ik dat ook zeker niet van plan was. Toen ik hem vroeg hoe het mogelijk was dat dit medicijn weer was voor geschreven, antwoorde hij dat de fysieke dossiers afgelopen zomer waren vervangen door elektronische en iemand had blijkbaar de mededeling niet overgenomen. Hij kon namelijk niets terugvinden over een allergie in mijn dossier. Toen ik hem vroeg wat nu te doen begon hij te twijfelen waarop ik hem voorstelde het in alle rust eerst te overleggen met de cardioloog en mij de volgende dag terug te bellen. Hij vond dat een goed plan en verzekerde mij dat hij het direct in het dossier zou opnemen dat ik allergisch zou zijn voor ACE-remmers. U krijgt morgen (dinsdag) van ons een telefoontje met een alternatief medicijn.

De gehele dinsdag mijn telefoon nauwlettend in de gaten gehouden maar geen bericht van het MCA. Vandaag (woensdag) ook de hele dag geen bericht. Aan het einde van de dag heb ik zelf maar weer gebeld en kreeg te horen van weer een andere arts in opleiding dat zij van niets wist en dat er in mijn dossier ook geen enkele aantekening was gemaakt over het terugbellen met een alternatief medicijn. Ook stond er in mijn dossier geen melding dat ik allergisch ben voor ACE-remmers. Over welk medicijn ik nu wel zou moeten nemen ging ze even overleggen met een collega die naast haar zat. Na een korte onderbreking kwam ze terug aan de lijn. “Eh, mijnheer Bredewold  neemt u maar even niets. Laten we eerst maar even kijken of de andere medicijnen uw bloeddruk naar beneden weten te krijgen…

Militaire Dienstplicht (4)

soldaat-bredewold

Militaire Dienstplicht (4)
“Mannen!” schreeuwde de sergeant van de LB (Luchtmacht Beveiliging), nadat hij ons op appèl had geroepen. “Vandaag hebben wij een oefening. En niet zo maar een o e f e n i n g maar een drie daagse o e f e n i n g!”  Ja, ieder lettertje van de ‘oefening ‘ werd door de beste schreeuwer geproefd terwijl hij ze uitsprak. Hij genoot. “Vanaf vanmiddag twaalfhonderd uur moet iedereen op de vliegbasis in opperste staat van paraatheid zijn.”
Dit was geen goed nieuws wist ik uit ervaring. Wij werden geacht om ons van luierende Luchtmacht soldaten te  transformeren naar koelbloedige strijders voor Volk en Vaderland.
De eerste stap die iedereen bij ons op de vliegbasis moest nemen bij de aanvang van een oefening was het ophalen van HET persoonlijk wapen. In mijn geval was dat een Uzi. Nu denkt u natuurlijk, je persoonlijk wapen dat heb je bij je. Klopt, in mijn militaire paspoort, gelijk een garderobebonnetje. En met dit briefje in mijn hand stond ik samen met heel veel anderen in een lange rij te wachten voor het uitgifteluik van het magazijn. Terwijl wij daar stonden moest ik even terugdenken aan die ene keer dat ik ook mijn persoonlijk wapen had opgehaald. We gingen schietoefeningen doen. Dat lijkt leuker dan het is. Het is verdraaid lastig om met een Uzi een doel te raken op een afstand van 100 meter. Mij lukte het in ieder geval om het doel van de schutter naast mij te raken. Hij had plots meer gaten in zijn doel dan kogels afgevuurd en ik had geen gaatjes…
Bedacht mij ook terwijl ik nog stond te wachten hoe een vervelend klusje het was om na afloop van het schieten je wapen te moeten reinigen. Alles moet schoon en glimmen en dat is met kruitresten geen pretje. Ik nam mij voor om, als het even zou kunnen, geen losse flodders af te vuren tijdens de oefening. Dat scheelde al gauw een uurtje poetsen.
De sergeant had ons uitgelegd dat de vijand zou proberen de vliegbasis binnen te dringen en wij moesten dat voorkomen. Ik kreeg de schone taak om in een met zandzakken versterkte wachtpost op een uithoek aan de rand van de vliegbasis plaats te nemen en de weilanden voor mij in de gaten te houden. Onze groep bestond uit zes man en we moesten om de beurt vier uur op wacht staan. Om drie uur in de ochtend was ik aan de beurt. Als communicatiemiddel hadden wij een portofoon meegekregen en om de vijand niet te informeren wie wij waren kregen wij codenamen. Zo had onze wachtpost de naam ‘Roodborstje 4’. De commandopost was ‘Roodborstje 1’.
In de vroege ochtend, stond ik daar in mijn wachtpost met de slaap in de ogen over de weilanden te turen. Het begon langzaam licht te worden en er hing een behoorlijke ochtenddauw vlak boven het weiland. In de verte dacht ik een paar keer iets schimmigs te zien bewegen. Ik begon zachtjes binnensmonds te vloeken. “Waarom heb ik dit? Nog een uurtje en dan zit mijn wacht er op.” Ik keek nog eens goed en zag duidelijk een paar schimmen die heel langzaam bewogen. Ik had geen keuze en pakte m’n portofoon. “Roodbosje 4 voor Roodbosje 1, over.”
Het bleef angstig stil in het apparaat.
“Roodbosje 4 voor Roodbosje 1, over!” herhaalde ik nog eens.
“Roodbosje 4 hier Roodbosje 1 zegt u het maar.”
Ik legde aan de commando post uit dat ik schimmen in het weiland zag die langzaam mijn kant op kwamen. Roodbosje 1 gaf mij de instructie om de schimmen aan te roepen met ‘Halt sta of ik schiet’ en ‘Wat is het wachtwoord’. Als ze niet zouden reageren moest ik nog twee keer dezelfde boodschap roepen en bij weer geen gehoor gerichtvuren…
Het als een halve idioot ‘Halt sta of ik schiet roepen’, oké dat ging nog net, maar gericht vuren met losse flodders in mijn wapen betekende ruim een uur poetsen. En daar had ik zeker geen zin in. Ik riep de schimmen aan en er volgde weer geen enkele reactie.
‘Verdomme’ dacht ik en pakte nogmaals mijn portofoon. En weer vertelde de commandopost dat ik ze nog eenmaal moest aanroepen en bij geen antwoord gerichtvuren.
Opnieuw riep ik naar de schimmen die langzaam dichterbij waren gekomen; “Halt sta of ik schiet” en “Wat is het wachtwoord’. Weer geen reactie. Ik had geen keuze. Nu moest ik gericht gaan vuren. Ik ontgrendelde de Uzi, probeerde een soort van te richten en haalde de trekker over. Terwijl het wapen in mijn handen alle kanten op danste realiseerde ik mij dat hij op automatisch vuren stond. Ik ratelde in één keer het hele magazijn leeg. Toen het schieten stopte vloekte ik hartgrondig en zag dat de schimmen nog dichterbij waren gekomen. Plots hoorde ik, door het suizen in mijn oren heen, voor het eerst een geluid…
BOEHOE… klonk het klagende geloei van een koe…

Militaire Dienstplicht (3)

Militaire Dienstplicht (3)
Sjoerd, zo heette de barman van de Soldatenmess, was een onvervalste Fries met Engelse puntsnor. Hij was de specialist van de gehaktballetjes. De ‘ballen’ van Sjoerd waren wereldberoemd op de vliegbasis. Hij noemde ze zelf, net als heel veel andere woorden die ik niet kon verstaan, ‘Khaksballekjes’. Het gebeurde met regelmaat dat wij na afloop van weer een dag op de Vliegbasis met een aantal soldaten zo om vijf uur in de middag stevig aan het bier met Khaksballekjes zaten in plaats van het ‘diner’. Meestal eindigden wij dan met een groep van een man of zes, zeven in de bak van mijn persoonlijk voertuig en reden wij zo, al slingerend, weer terug naar ons slaapverblijf. Zo af en toe oefenden wij ook het handgranaat werpen met meegesmokkelde ‘ballen’ van Sjoerd. Dat wij hier bedreven in waren bleek al snel toen er vragen aan Sjoerd werden gesteld. Of hij wist wie zijn ‘ballen’ door het open raam van de Officiersmess gooiden.
Mijn taak als ‘Hulp Materieel’ bestond uit het invullen van formuliertjes in zesvoud. Ik bestelde zo boutjes, moertjes en meer van die dingen die de techneuten nodig hadden voor het onderhoud van de Helikopters. Men had mij geleerd dat ik bij iedere aanvraag moest vermelden welke prioriteit zo’n bestelling had. Prio 1 betekende bijvoorbeeld dat een Helikopter niet meer kon opstijgen dus dan hadden ze het snel nodig. Prio 3 iets minder snel. In de praktijk betekende dit als gauw Prio 3 een maandje of 3 en Prio 1 een week of 3… Als de spulletjes in het magazijn waren aangekomen moest ik deze met mijn persoonlijk voertuig, de bakfiets, ophalen.
Ook op de vliegbasis had men een verkeersreglement. Zo mocht in het gebied waar mijn kantoortje stond geen licht gevoerd worden in verband met de vliegtuigen, …waarom? Geen idee! Even verderop moest je licht voeren op een voertuig als het donker was.
Ik kwam op een dag terug van het magazijn en plotseling sprong er een Marechaussee in opleiding uit de bosjes. “Halt! U heeft geen verlichting.”
“Klopt, heeft er ook nog nooit opgezeten volgens mij”, antwoordde ik.
“Dan heeft u een probleem, u krijgt een proces-verbaal”, sprak de dienstklopper dreigend.
Ik moest mij legitimeren en hij schreef nauwgezet alle gegevens op, ook die van mijn ‘bakfiets’.
Een paar dagen later kreeg ik van mijn Sergeant Majoor een ‘dienstbevel’. Dit was een keurig uitgeschreven bevel waarin omschreven stond dat ik naar het magazijn moest om daar 3 platte zaklampen te halen en vervolgens naar de smid om aan de voorzijde 2 en achterop 1 haak te laten monteren waar de zaklampen aangehangen konden worden. Deze platte zaklampjes hadden kleurenschijfjes. Ik moest aan de voorzijde het witte licht zichtbaar hebben en aan de achterzijde het rode. Ja, stel je voor dat je zelf even na zou denken…
Vanaf die dag reed ik keurig als het begon te schemeren met verlichting op mijn bakfiets. Twee dagen later, het schemerde, werd ik vlak voor mijn kantoortje aangehouden door dezelfde marechaussee. Ik kreeg weer een proces-verbaal. Mocht geen licht voeren de laatste veertig meter!
Het leven was niet eenvoudig als soldaat in dienst bij de Koninklijke Luchtmacht…

Militaire dienstplicht (2)

Militaire dienstplicht (2)
Na een enerverend opleiding in het Nijmeegse had men op het Ministerie van Defensie besloten dat Soldaat Bredewold het vervolg van zijn diensttijd mocht volbrengen op Vliegbasis Leeuwarden. Ik had een prachtig geschreven dienstbevel ontvangen met daarop het tijdstip waarop ik mij op de vliegbasis moest melden. Tijdens de twee  uur durende busreis, tussen diverse spontane kuitkrampen en slapende billen door zat ik wat weg te dromen over mijn ‘nieuwe’ carrière als soldaat van de Koninklijke Luchtmacht. Wat mij wel op viel op het briefje dat ik had  meegekregen was dat er bij ‘functie’ niets ingevuld stond.
Terwijl wij over een voor mijn gevoel eeuwigdurende Afsluitdijk reden zag ik in de verte twee straaljagers voorbij scheren. “Mijn mannen” dacht ik en fantaseerde hoe ik in een raket met vleugeltjes, zo zag zo’n F104 Starfighter er tenslotte uit’ door de lucht zou knallen. Dwars door de één na de andere geluidsbarrière…
Zachtjes voelde ik iemand in mijn arn knijpen. Ik mompelde iets en toen het knijpen steviger werd schrok ik wakker. “WAT?!”riep ik. En tegelijkertijd realiseerde ik mij dat ik al enige tijd met mijn hoofd op de schouder van een voor mij totaal onbekende man had gelegen. Zag nog een klein kwijlplekje op z’n schouder zitten. “Sorry” mompelde ik met een rood hoofd. “Ben in slaap gevallen denk ik.” De man glimlachte en las verder in zijn krant.
Na nog een kwartier krampachtig uit het raam staren kwamen wij aan bij de vliegbasis. De wandeling van het bushokje naar de toegangspoort was voldoende om mijn bloedsomloop weer enigszins op gang te krijgen. Bij de poort stond een man met een witte helm op zijn hoofd  in een wachthuisje… te wachten. In ieder geval leek het daarop.
“Eh goedemorgen, ik moet mij hier melden”en ik hield het briefje met gestrekte arm voor mij uit. De wacht keek mij snel aan en griste het briefje uit mijn hand. Je hoorde hem denken…
“Volgen”, sprak de wacht en hij deed de slagboom een stukje omhoog. Ik liep achter hem aan naar een soort van wachtruimte. “Waar moet je zijn?” vroeg hij. Ik vertelde hem dat ik geen idee had, alles wat ik had was dat briefje. Hij keek er nog eens op. “Hier staat alleen maar dat jij je hier moet melden, maar niet als wat of waar.” Ja dat was mij ook al opgevallen, dacht ik maar ik hield wijselijk mijn mond. Had al eens eerder iets geroepen dat mij logisch leek maar dat pakte toch heel anders uit…
De wacht ging druk telefoneren en kreeg zo te horen verschillende afdelingen aan de lijn. Na een minuut of vijf legde hij de hoorn neer en deelde mij mede dat er zo iemand zou komen om mij op te halen. Ik moest maar even blijven zitten. De wacht ging weer terug… op wacht.
Er kwam een man aangewandeld met een flap van z’n gekreukelde overhemd uit zijn broek en één streep op z’n schouder. “Zo Bredewold, dus jij moest je hier melden en je weet niet waar?”
“Nee, adjudant” sprak ik en ging snel staan.
“Doe maar rustig m’n jongen, we zitten hier bij de luchtmacht en ik ga bijna met pensioen. Wij gaan ons niet meer druk maken, begrepen?”
Weer knikte ik. “Zal toch geen valstrik zijn” dacht ik nog even…
De adjudant gebaarde mij met hem mee te komen en samen kuierden we gemoedelijk naar het kantoor van de ‘almachtige administratie’. Daar zouden ze wel weten wat ik hier kwam doen, vertelde de adjudant mij. Toen wij aankwamen hadden de heren van de administratie juist druk overleg gevoerd over mijn positie. Tenminste dat begreep ik uit de woorden van de man achter het loket. Er was iets mis gegaan en ik stond wel op de lijst maar was nergens aan gekoppeld. Nu wilde het dat ze bij de SAR eenheid (Search And Rescue) nog een mannetje konden gebruiken. Ik dus.  De man begon mij uit te leggen wat ik zou gaan doen gedurende de rest van mijn diensttijd op Vliegbasis Leeuwarden.
“Bredewold wij hebben een passende functie voor jou bedacht, hij bestond nog niet maar wij denken dat hij jou past”. Verwachtingsvol keek ik de man aan. “Jij wordt Hulp Materieel!” riep hij bijna uit. Hij keek er zo triomfantelijk bij dat ik bijna spontaan de benen wilde nemen. Dit voorspelde niet veel goeds..
“Eh… wat is dat, Hulp Materieel?”
“Dat gaan we je morgen uitleggen, jij gaat nu eerst met deze soldaat mee naar het magazijn voor je uitrusting en om je persoonlijk voertuig op te halen!”
Verstond ik het goed? Een persoonlijk voertuig? “Yes!”, mompelde ik zo blij als een kleine jongen. Ik, die geen rijbewijs had kreeg een persoonlijk voertuig. Ik kon niet wachtten.
Na een hoop gedoe bij het magazijn voor aanvullende kleding en heel veel formulieren in heel veelvoud waren wij eindelijk zo ver om ‘mijn’ persoonlijk voertuig op te halen.
Bij de garage aangekomen zag ik verschillende Jeeps en Volkswagen busjes staan. Ik kon een glimlach niet onderdrukken. “Hier rijd ik straks in…”
Ook hier moest ik weer in een wachtruimte plaatsnemen en na enige tijd kwam een Sergeant mij ophalen. “Soldaat Bredewold, je persoonlijk voertuig is gereed. Volledig nagekeken en bedrijfsklaar. Volg mij maar.”
Buiten aangekomen liep de man tussen twee busjes door naar een afdakje. Terwijl hij een klapper met een briefje erop naar mij uitstak sprak hij de voor mij legendarische woorden “Wil je hier even tekenen, dit is jouw Bakfiets!”

Militaire dienstplicht (1)

Op oefening

Militaire dienstplicht (1)
Als 18 jarige werd ik opgeroepen om als dienstplichtig soldaat mij verdienstelijk te maken voor volk en vaderland. Bredewold als soldaat bij de Koninklijke Luchtmacht!

Na veel oefenen in marcheren. Het is namelijk heel belangrijk dat je allemaal keurig op hetzelfde moment een blaar krijgt. Gingen we op een gegeven moment de bossen in. We moesten op ‘oefening’ zoals onze ziekenfondsbril dragende sergeant ons had medegeschreeuwd. Tijdens deze oefening waren er twee partijen, wij en de vijand. ‘Wij’ mochten proberen een aantal krijgsgevangenen te maken. Toen dat gelukt was moesten wij bij deze mannen de bewegingsvrijheid beperken door de schoenen met veters aan elkaar te binden. Enthousiast als wij waren, deden wij dit met een paar stevige knopen.
De sergeant had ons vooraf medegeschreeuwd dat er geen licht mocht worden gemaakt, anders kon de vijand zien waar wij zaten.
Toen de krijgsgevangenen op transport moesten fluisterde de sergeant ons in dat wij de veters los mochten maken anders konden de mannen niet lopen. Helaas waren wij iets te enthousiast geweest met het leggen van de knoopjes. ‘Wij’ kregen ze niet los…
De sergeant, een echte,  pakte een grote lantaarn uit zijn tent en zette de geknoopte veters en de volledige omgeving vol in het licht.
Vervolgens begon hij gedreven aan de veters te peuteren.
Ik zag het aan, ging met mijn rug tegen een boom zitten en stak een sigaret op.
De sergeant, die blijkbaar ook ogen in zijn rug had, vroeg mij wat ik aan het doen was.
‘Sigaretje roken sergeant’, antwoordde ik.
‘Maak onmiddellijk uit die sigaret’, schreeuwde hij.
Ik vroeg hem nog even, als een echte Hollander; ‘Waarom…?’
Hij liep rood aan en riep; ‘Omdat je geen licht mag maken, daarom sukkel!’
Verbouwereerd keek ik hem aan en wees hem er fijntjes op dat de hele omgeving fel verlicht was door zijn lantaarn.
‘Deze lantaarn is er niet Bredewold!’
Toen ik hem antwoordde ‘Mijn sigaretje ook niet sergeant!’, kreeg ik nog net voldoende tijd om mijn spulletjes te pakken.
Soldaat Bredewold belande ‘achter de wacht’,  in het gevang.